Peter en ik hadden op
deze dag allebei bezigheden, maar we wilden toch even vissen, dus besloten we in
de late middag te starten en tot aan het donker te gaan.
Gezien het resultaat van
de laatste paar visdagen, hadden we er eigenlijk weinig vertouwen in dat het een
succesvol avondje zou worden, en inderdaad het werd qua aanbeten, best afzien.
Wat we ook voor kunstaas
probeerden, ze waren niet te verleiden.
Het begon al te
schemeren, totdat peter op een spinnerbait de verlossende aanbeet kreeg.
Het is een kleintje,
riep Peter vanuit zijn boot en pardoes wist de kleine rakker zich te ontdoen van
het stuk blik.
Tja, wordt het toch nog
een visloze dag riep ik hem toe.
Maar, nog geen tien
meter verder kreeg ik een loeiharde aanbeet op een pad.
Ik schrok mij wezenloos,
maar met een snelle beweging wist ik de hengel uit de steun te krijgen en meteen
werd ik geconfronteerd met enorm veel geweld.
Wat had ik in godsnaam
aan de andere kant van mijn hengel zitten, dit beest ging tekeer als een
waanzinnige, nam talloze keren een run van zo'n twintig meter.
Het gevecht duurde al
een kwartier en nog steeds liet de vis zich niet aan de oppervlakte zien.
Karper vals gehaakt, of
de snoek van mijn leven ?
Peter keek vanuit zijn
boot het spektakel toe, en dacht ook dat het wel eens een karper kon zijn.
En eindelijk, na zo'n 20
minuten kreeg ik de vis bij de boot aan de oppervlakte en het bleek om een grote
snoek te gaan, en ik was best wel verbaasd want ik had al rekening gehouden met
een karper.
Na nog eens 5 minuten
heen en weer zwemmen, kon ik eindelijk de snoek landen.
Ik had behoorlijk wat
pijn in mijn onderarm gekregen, wat was deze vis ongelofelijk sterk.